Aan het begin van alles
Arthur en Lucas Jussen in gesprek over Beethoven.

Wie de broers Arthur en Lucas Jussen verwart met twee hartenbrekers uit een Britse boy band zit nog niet eens zo ver naast de waarheid: hun uiterlijk zal menig meisjeshart inderdaad sneller doen kloppen. Ook is, onder het motto ‘we willen ook wel eens wat anders horen ‘, op de iPods van de jeugdige pianisten geen noot klassieke muziek te vinden. Hun grote MP3-helden heten geen Beethoven maar Stevie Wonder, Marvin Gaye en Frank Sinatra. Maar wie met hen aan tafel gaat zitten om over het repertoire van hun debuut-cd te praten, is getuige van een metamorfose. In de ogen van de vermeende popsterren gloeit ineens het heilige vuur van de ‘klassieke’ musicus die alles over heeft voor zijn roeping. Beethoven! Mozart! Chopin! Ze raken er niet over uit gepraat en doen dat op een manier die deze oude meesters weer helemaal tot leven wekt.

In een horecagelegenheid aan de Amsterdamse IJ-oevers willen zij maar al te graag vertellen hoe de repertoirekeus – louter Beethoven! – tot stand is gekomen. Maar eerst moeten er nog wat lekkernijen worden weggespoeld met een colaatje.
Na een laatste slok wil Arthur eerst benadrukken ‘dat het allereerst natuurlijk prachtige stukken zijn’. Stukken die bovendien ook nog eens een keer iets met elkaar te maken hebben. “Ik speel de sonate nummer 13 opus 27 nummer 1. Lucas de sonate nummer 14 opus 27 nummer 2, de Mondschein. Dat is sowieso al een heel mooie combinatie. Verder speel ik de sonate nummer 5 opus 10 nummer 1 die als bijnaam ‘de kleine Pathétique’ heeft en Lucas speelt dan de sonate nummer 8 opus 13, zeg maar de echte Pathétique. Dat verbindt de stukken al. En verder is het natuurlijk allemaal Beethoven. We wilden samenhang hebben en niet zo maar een programma. Daar hebben we, samen met Maria João Pires, écht goed over nagedacht.”
De suggestie dat een heel Beethoven-programma misschien wat zwaar op de hand is voor twee van die moderne jonge jongens wijzen Arthur en Lucas resoluut van de hand. “Het zijn geen late Beethoven stukken,“ stelt Arthur. “Opus 10 schreef hij nog in zijn jonge jaren. Dat betekent dat wij die muziek op onze leeftijd ook wel kunnen spelen. Aan de sonates opus 110 of 111, bijvoorbeeld, zouden we ons niet hebben gewaagd.”

Beethovens eerste werk werd uitgegeven in 1782, toen hij nog maar 12 jaar oud was. Op zijn veertiende werd hij al benoemd tot hoforganist. Kunnen jullie je vanuit de 21ste eeuw nog wel verplaatsen in die begaafde leeftijdsgenoot die Ludwig heette?
Arthur: “Als componist niet. Ik kan totaal niet componeren. Ik probeer wel eens wat, maar er komt geen noot uit. Dus wat dat betreft, is het moeilijk inleven. Voor mij is het een kwestie van goed instuderen en steeds weer proberen te begrijpen waarom hij bepaalde delen zo heeft opgeschreven.”
Lucas: “Je probeert wel om de kennis die je over Beethoven zelf hebt, mee te nemen in de manier waarop je speelt. Bijvoorbeeld de vroegste sonate die Arthur speelt, heeft hij rond 1796 gecomponeerd. Daarin hoor je dat hij nog erg werd beïnvloed door Mozart. Hij verwerkte er zijn eigen ideeën wel in, maar hij werkte nog netjes in het stramien dat toen gold voor het componeren van klassieke muziek. Maar in de echte Pathétique, die hij volgens mij anderhalf, twee jaar later schreef, hoor je meteen al dat de échte Beethoven aan het ontstaan is. En dat is wel een besef, waarmee je die sonate behoort te spelen.

Ervaren jullie het feit dat jullie nog zo jong zijn als een handicap?
Arthur: “Soms wel. Ik ben bijvoorbeeld de opus 118, zes stukken voor piano, van Johannes Brahms bij Jan Wijn gaan spelen omdat ik die zo mooi vond. Technisch gezien is het voor mij haalbaar, maar dan ben je er in dit geval nog niet. Eigenlijk kan ik zo’n stuk helemaal nog niet spelen omdat daarin zoveel gevoelens bijeenkomen, die je pas kunt begrijpen wanneer je een heleboel hebt meegemaakt. Maar wij staan natuurlijk pas aan het begin van alles. Dat voel ik niet wanneer ik aan het spelen ben. Dan speel ik het gewoon op mijn allermooist. Maar wanneer daarna Maria João Pires het speelt, dan hoor ik wel het verschil. Daarom moet je alles begrijpen om zo’n stuk te kunnen spelen, uit respect voor de muziek. Die muziek bestaat namelijk uit die emoties.”

Denken jullie dan niet: oh, doet Pires dat zó! Om dan vervolgens een stuk precies zo te spelen, zoals zij dat heeft voorgedaan…
Lucas: “Ja, maar dat is het ‘m nou juist: grote pianisten hebben geen voorbeeld nodig om een stuk in te kunnen studeren. De Pathétique heb ik bijna helemaal zelf in gestudeerd en de eerste keer dat ermee op les kwam bij haar zat er al meteen een soort ‘goedheid’ in. Maar bij bepaalde stukken kan dat gewoon niet. Ja als zij zegt: doe het eens zó, dan spelen wij het natuurlijk precies zó na. Maar dat is het natuurlijk niet. Dat werkt natuurlijk niet. Dan ben je een half jaar later weer vergeten wat voor gevoel daar ook weer bij zat.”
Arthur: “Je moet ook geen imitator worden: Het moet uit jezelf komen. Anders speel je zonder enige eigen persoonlijkheid, en dat is gewoon de bedoeling niet.”

Wat heeft jullie doen besluiten dat jullie wél klaar waren voor het opnemen van dit album?
Lucas: “We hebben in het verleden inderdaad vaker een aanbieding gehad om een cd te maken. We zijn daar destijds niet op ingegaan omdat we vonden dat we nog te jong waren. Nu voelt het anders. Maria João Pires heeft veel ervaring met cd-opnames; zij zou ons nooit zomaar voor de leeuwen gooien.
Onze docenten zijn voor ons een enorme steun in de rug en dat maakt dat deze grote stap voor ons toch veilig voelt. Dát, en het feit dat dit stukken zijn die we ons helemaal eigen hebben gemaakt.”

Jullie zien er op de cover van het album al een beetje uit als popsterren. Hoe groot is de kans dat jullie over een paar jaar een rockband gaan beginnen?
Lucas: “Groot!”
Arthur: “Lucas speelt ook elektrische gitaar en basgitaar.”
Lucas: “En Arthur gaat een drumstel kopen.”
Arthur: “Dat vinden we net zo leuk om te doen. Het is niet een kwestie van het een of het ander. Pianospelen vinden we het leukste wat er is. Maar we houden ook van tennissen of voetbal. En dat blijven we ook gewoon doen. Want anders heb je toch geen leven meer?”

Ruud Meijer

Archief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle nieuws rond Arthur en Lucas Jussen

Deutsche Grammophon Universal Music